Hofjeswandelingen
Verborgen tuinen met prachtige verhalen
Wat is een hofje?
De naam 'hofje' verwijst naar de gemeenschappelijke binnentuin waar de woningen omheen liggen. In de kern was een hofje een liefdadige stichting: kosteloze huisvesting voor wie niet meer voor zichzelf kon zorgen, in de eerste plaats oudere en alleenstaande vrouwen. Op het hof stond vaak een waterpomp, met soms een bleekveld voor de was. Al in het midden van de veertiende eeuw lieten vermogende burgers zulke 'huyskens' of 'cameren' bouwen.
Niet elk hofje is hetzelfde. Naast de liefdadigheidshofjes uit de dertiende tot negentiende eeuw kent Nederland ook exploitatiehofjes, die in de tweede helft van de negentiende eeuw als huurwoningen werden gebouwd, en latere hofjes van sociale woningbouw. De hofjes waar wij langs wandelen zijn vrijwel altijd de eerste soort: gesticht uit particuliere liefdadigheid, en tot op de dag van vandaag bewoond.
Afbeelding: De waterpomp van het Hofje van Eva van Hoogeveen in Leiden
Liefdadigheid en eigenbelang: motieven van stichters van hofjes
Hofjes ontstonden uit een mengeling van naastenliefde en eigenbelang. In een tijd waarin de overheid niet voor de armen zorgde, namen kerken, gilden en vermogende particulieren die taak op zich. Vóór de Reformatie moesten de bewoonsters bidden voor het zielenheil van hun weldoener; een hofje stichten was zo een goed werk dat de stichter een plaats in de hemel kon opleveren. Vaak legde het testament vast dat het portret van de stichter ‘ten eeuwigen dage’ in de regentenkamer moest blijven hangen.Na de Reformatie viel dat hemelse motief weg, maar het stichten bleef aantrekkelijk — juist voor rijke, kinderloze kooplieden die hun familienaam wilden laten voortleven. Veel hofjes dragen daarom nog altijd de naam van hun stichter, samen met diens familiewapen.
Afbeelding: Gevelsteen van het Hofje van Paling & Van Foreest in Alkmaar
Wie waren de bewoners van de hofjes?
De bewoners waren overwegend oudere, alleenstaande vrouwen: weduwen en ongehuwde vrouwen die op leeftijd voor zichzelf moesten zorgen. Dat het vooral vrouwen waren, had een praktische reden. Oudere alleenstaande vrouwen waren kwetsbaar, maar konden een eigen huishouden voeren; van oudere mannen werd dat minder verwacht. Alleenstaande mannen kwamen daarom doorgaans niet in een hofje, maar in een oudemannenhuis, waar met gezamenlijke maaltijden voor hen werd gezorgd. Daarnaast bestonden er huizen voor beide: het Oude Bornhof in Zutphen werd in 1611 door de stad aangewezen als Oude Mannen- en Vrouwenhuis.
Toch woonden in een hofje niet de allerarmsten. Wie werd toegelaten, moest van onbesproken gedrag zijn en op een aantal hofjes moest men bovendien genoeg bezittingen hebben om de woning zelf in te richten. Hoeveel dat was, laat een Haarlems reglement uit 1784 zien: een nieuwe bewoonster moest een compleet huishouden meebrengen — een bed met kussens en dekens, een kast, stoelen, een spiegel, tientallen kledingstukken en zelfs een 'goed pak zwarte kleren', en dat alles 'rein en zuiver van ongedierte'.
Afbeelding: De Oude Bornhof in Zutphen
Regenten: het bestuur van een hofje
Een hofje wordt bestuurd door een college van regenten of regentessen. Van oudsher was dat een gesloten gezelschap: de regenten kwamen vaak uit de familie van de stichter, en bij overlijden kozen zij zelf hun opvolger, zonder inmenging van buiten. Zo bleef het regentschap soms generaties lang binnen dezelfde kring.
De regenten vergaderden in de regentenkamer, meestal boven de poort. Die kamer was het pronkstuk van het hofje: rijk ingericht met goudleerbehang, een marmeren schouw en portretten van de regenten. Dat pronken stak af bij de sobere eenkamerwoningen van de bewoonsters — de weelde van het bestuur tegenover de eenvoud van wie er woonde. Een enkele regentenkamer is nog te bezoeken: die van het Arend Maartenshof in Dordrecht is sinds het begin van de achttiende eeuw vrijwel onveranderd en hangt vol met de portretten van generaties regenten.
Afbeelding: Regentenkamer van het Arend Maartenshof in Dordrecht.
De architectuur van een hofje: van verstopt naar monumentaal
De architectuur van een hofje keert de vertrouwde ordening van een woonhuis om: de voordeuren liggen aan de binnentuin, niet aan de straat. Naar de straat toont een hofje daardoor vaak niet meer dan een gesloten muur, met de poort als enige plek waar het zich aan de stad laat zien. Juist die poort verraadt hoe oud en hoe voornaam een hofje is.
De vroegste hofjes lagen verscholen op achterterreinen, bereikbaar via een smalle doorgang en voor buitenstaanders nauwelijks te vinden. Naarmate een hofje ook als statussymbool ging gelden, kreeg de toegang meer allure: van een eenvoudige gevelsteen boven een onopvallende deur tot een monumentaal poortgebouw waarmee de stichter zich nadrukkelijk aan de stad toonde. De meeste hofjes werden ontworpen door lokale aannemers; alleen voor de aanzienlijkste schakelden stichters gerenommeerde architecten in.
Afbeelding: Het Hofje van Staats in Haarlem
Hofjes van vandaag: van sloopdreiging tot Rijksmonument
De meeste hofjes zijn nog altijd bewoond en vervullen nog steeds hun oorspronkelijke functie als woonvoorziening. Dat is niet vanzelfsprekend. Na de Tweede Wereldoorlog verkeerden veel hofjes in verval, en in de jaren zestig dreigde zelfs grootschalige sloop voor stadsvernieuwing. Dat riep verzet op: in Leiden ontstond in 1967 de Stichting Leidse Hofjes, in Haarlem volgde in 1974 de Stichting Haarlemse Hofjes. Uiteindelijk werden de hofjes in 1977 door een nieuwe gemeentewet beschermd. Met subsidies voor monumentenzorg en volkshuisvesting kwam een brede restauratiegolf op gang.
Vandaag telt Nederland naar schatting zo'n 150 hofjes van liefdadigheid. Dat cijfer komt van architect en TU Delft-onderzoeker Willemijn Wilms Floet, die op het hofje promoveerde en er het standaardwerk over schreef. Sinds 1997 behartigt het Landelijk Hofjesberaad de gezamenlijke belangen van de hofjes; bij deze koepel zijn meer dan honderd hofjeseigenaren aangesloten.
Afbeelding: Mallemolen Hofje in Den Haag
Een hofjeswandeling met een gids van Cicerones
Benieuwd geworden naar de hofjes? Ontdek ze met een gids van Cicerones. Wij nemen u mee door poorten die vanaf de straat gesloten blijven, en vertellen het verhaal achter de gevels, de stichters en de bewoonsters. Omdat de hofjes nog bewoond zijn, wandelt u er met respect voor de rust van de bewoners. Een hofjeswandeling heeft een ontspannen tempo en leent zich uitstekend voor een informatief en gezellig groepsuitje.
Welk hofjes gaat u ontdekken?
Veelgestelde vragen over de hofjes
Een hofje is een binnentuin omringd door kleine woningen. De stadswandelingen van Cicerones voeren met name langs liefdadigheidshofjes. Deze hofjes werden gesticht om de armen in de stad onderdak te bieden.
Het Hofje van Bakenes in Haarlem is gesticht in 1395 en is daarmee het oudste hofje dat nog bestaat.
Het exacte aantal hofjes is niet bekend. In haar standaardwerk gaat architect en TU Delft-onderzoeker Willemijn Wilms Floet uit van circa 150 hofjes.
Een groot aantal hofjes is toegankelijk voor publiek. Deze hofjes hebben vaak vaste openingstijden die te lezen zijn op een bordje naast de entree. Daarnaast zijn er hofjes die op speciale dagen zoals Open Monumentendag geopend zijn.
Er is niet één hofje aan te wijzen als mooiste hofje. De hofjes worden om verschillende kenmerken mooi gevonden. Terwijl de ene bezoeker juist de kleine en oudere hofjes waardeert, vindt een ander juist de jongere hofjes met een monumentale uitstraling prachtig.
Op een aantal hofjes worden de regels voor bezoek expliciet beschreven. Zo'n regel kan bijvoorbeeld betrekking hebben op het aantal personen dat het hofje tegelijkertijd kan bezoeken. Op een groot aantal hofjes wordt aangegeven dat u als bezoeker de rust moet bewaren. Behalve deze regels is het goed te beseffen dat u privéterrein betreedt en in de tuin van iemand anders staat. Maak niet ongevraagd gebruik van het tuinmeubilair en kijk niet bij de huisjes naar binnen.